Beschrijving
De architect Guillaume-Chrétien Veraart tekent, nadat hij de plannen van het gebouw heeft ontworpen, ook verschillende elementen van de binneninrichting van de kerk.
De correspondentie-uitwisseling tussen de architect en de Koninklijke Commissie voor Monumenten toont zo de wens van Veraart om de blinde arcaturen van het triforium te versieren met heiligenfiguren ten voeten uit, uitgevoerd volgens een niet nader beschreven techniek die “simili-mosaïque” wordt genoemd. In januari 1910 onderzoekt de Commissie een “échantillon” (proefstuk) met een voorstelling van de heilige Filippus. Zij formuleert daarbij verschillende opmerkingen, waarmee Veraart naar eigen zeggen rekening heeft gehouden wanneer hij dit project opnieuw ter sprake brengt in juli 1914, op een moment dat zich een kans lijkt voor te doen om giften voor deze realisaties te verkrijgen. De figuren moesten immers geleidelijk worden besteld naarmate de giften binnenkwamen, waarbij de iconografie naar alle waarschijnlijkheid door de schenkers werd gekozen, die zo bijvoorbeeld hun patroonheilige konden laten afbeelden. “essais” of “esquisses” (schetsen), op ware grootte uitgevoerd en geplaatst in de arcaturen van het triforium, worden in oktober 1915 opnieuw aan de Commissie voorgelegd. In haar opmerkingen vermeldt zij onder meer voorstellingen van een heilige Cecilia, een heilige Marcus en een heilige Lodewijk.
Twintig figuren, geschilderd op panelen, zullen uiteindelijk onder deze bogen worden aangebracht, op een onbekende datum, op de westelijke wanden van het transept en in het schip. Zij zijn van verschillende handen en van wisselende kwaliteit, die globaal eerder matig is. Geen van de eerder vermelde heiligen Filippus, Marcus, Lodewijk of Cecilia is er afgebeeld. Men ziet er onder andere de heiligen Johanna van Arc, Johanna van Valois, Helena, Theresia van Lisieux en ook de heiligen Viator (in verband met het Sint-Viatore-instituut, een lagere school in de Vandernootstraat in Molenbeek, geleid door de clerici van Sint-Viator tot 1958), Robert en Mauritius, allen geïdentificeerd door een opschrift en getuigend van de devoties van de schenkers van de betreffende figuren. Eén figuur, aan het zuidelijke uiteinde van de zuidelijke transeptarm, draagt geen opschrift.
De oorspronkelijke intentie van Veraart werd dus gevolgd, maar het uitzicht van deze figuren en de door de architect voorziene uitvoeringstechniek waren waarschijnlijk van hogere kwaliteit bedoeld.
Auteur van de beschrijving : Noémie Petit (Urban.brussels).
Bronnen
Bulletin des Commissions royales d'Art et d'Archéologie, t. 49, 1910, pp. 8 et 9.
Archief van de
Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen.
Discussie






![Prentkaart Brug aan de Vlaamse Poort tussen Sint-Jans-Molenbeek en Brussel, Vlaamsesteenweg en Onderwijsstraat, uitg. Henri Georges (Brussel), s.d. [ca. 1910].<br>](https://collections.heritage.brussels/medias/66/objects/77/SP_2011.0035.jpg)



































