Datum

Tussen 1904 en 1906 (circa)

soort van object

Materialen

Stijl

art nouveau

Opschriften

"A. Puttemans" (signatuur op de voet)
"ALPH. VANAERSCHODT/FONDEUR" (signatuur op de rand van de voet)

Afmetingen

hoogte 130 cm

Identifier Urban

63653
lees meer

Beschrijving

Vóór de Eerste Wereldoorlog was de grote buitentrap van de gevel van het gemeentehuis versierd met vier bronzen lantaarns, twee aan de voet van de trap en twee op de hoekpostamenten van de terrassen op de eerste verdieping. Die laatste waren elk voorzien van drie neerhangende lampen, de eerste elk zes. Maar ze vielen vooral op door hun rijk versierde bronzen sokkels, de enige elementen die de Duitse troepen tijdens de oorlog niet meenamen.

Tijdens de zitting van 31 maart 1904 gaf de gemeenteraad bij Auguste Puttemans opdracht de gipsen modellen voor de vier lantaarns te maken. Tijdens de zitting van 12 oktober 1906 vertrouwde de gemeenteraad de uitvoering in brons ervan toe aan de Brusselse firma Van Aerschodt. In 1912 werden de lantaarns aangepast om op elektriciteit te kunnen werken. Deze lantaarns vormden de afronding van de decoratie afronden van het stadhuis waarvan de bouw in 1900 was aangevat.

Deze sokkel van de lantaarn op de rechterleuning van de grote trap wordt volledig bedekt door waterplanten en schelpen. Eromheen ravotten drie kinderen. Het kind op de voorgrond staat op zijn tenen, naast een dikbuikige kruik waaruit water stroomt. Het kijkt weg van de kop van de griffioen die de compositie domineert. Het tweede kind zit op een kussen en houdt een spiegel vast. Het is naakt en draagt enkel een diadeem, oorringen, halskettingen en een brede ceintuur. Errond liggen een juwelenkist, een waterkan, bewerkte schalen en een zalfdoos op de grond. Het derde kind voert een vrolijk danspasje uit en heeft een tamboerijn in de hand. Aan zijn voeten bevinden zich allerhande muziekinstrumenten. De decoratie van deze sokkel vertoont een uitgelaten dynamisme dat misschien de onrust uitdrukt die wordt veroorzaakt door de drang naar rijkdom en de verlokkingen van muziek of dans, metaforisch gepersonifieerd door het kind dat zich afwendt van de chimaera, symbool van ijdele hoop en waanideeën.

In de 1914/1916 Illustré :  Revue hebdomadaire illustrée des actualités universelles van februari 1916 (p. 8), lezen we dat dit voetstuk,  « placé, sous l’œil de la Vie », symbolisert « les arts d'agrément, la poésie légère, la danse, tout ce qui passe, tout ce qui n'a pas d'attaches solides ». Bij nader inzien, zou men er ook een allegorie van Water en Lucht in kunnen ontdekken.

Auteur : Vereniging voor het Kunstpatrimonium, A. Jacobs, 2020 (vertaald uit het Frans)

Bronnen

ENGELEN-MARX, E., La sculpture en Belgique à partir de 1830, V, Louvain, chez l’auteur, p. 2982 (repr.).

DEJEMEPPE, P., Les sculptures de la façade de l’hôtel de ville de Saint-Gilles, Saint-Gilles, 2019, n°12.

Colofon

Discussie