Dolf Ledel (1893 -1976)
Een toegewijd kunstenaar
Sommige persoonlijkheden hebben zo’n rijk verhaal, zo’n indrukwekkende staat van dienst en zo’n uitgesproken karakter, dat het moeilijk is te weten waar te beginnen. Dolf Ledel was zo iemand. Het zou te beperkt zijn om hem alleen te omschrijven als beeldhouwer, ook al was zijn carrière in dat vak uitzonderlijk lang en productief, gespreid over vele decennia.
Adolphe Léopold Ledel werd in 1893 in Schaarbeek geboren. Zijn vader, een effectenmakelaar, was van Nederlandse afkomst. Hij studeerde aan de Academie voor Schone Kunsten in Brussel bij bekende leraren als Charles van der Stappen, Isidore de Rudder en Albert Aerts. Die laatste zou hem hebben voorgesteld aan Thomas Vinçotte, bij wie hij privélessen volgde.
Het kennelijke talent van de jonge “Dolf” werd al vroeg opgemerkt. Nog voor zijn 20ste nam hij deel aan het driejaarlijkse Salon des Beaux-Arts, samen met zijn leermeesters. Als echte workaholic zou hij de volgende vijf decennia niet stoppen met produceren en was hij telkens weer één van de Belgische kunstenaars die gevraagd werd om zijn land te vertegenwoordigen op nationale en internationale tentoonstellingen, waaronder verschillende Wereldtentoonstellingen tussen 1910 en 1958).
Naast beeldhouwer, medailleur, keramist en ambachtsman, was de kunstenaar ook een man van overtuiging die ideeën van solidariteit en broederschap verdedigde. Zo was hij medeoprichter van de Vereniging van Beroepskunstenaars van België in 1931 (waarvan hij voorzitter zou zijn tot 1959) en van het Nationaal Kunstfonds, opgericht in 1932 ter aanmoediging van kunstenaars, waarvan hij secretaris-generaal was.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog sloot hij zich aan bij het verzet, alvorens met zijn partner onder te duiken. Kort voor dit gedwongen vertrek bood hij onderdak aan kunstenaars die op de vlucht waren voor het naziregime, onder wie de schilders Carl Rabus (1898-1983) en Felix Nussbaum (1904-1944) met zijn vrouw Felka Platek (1899-1944).
De naoorlogse jaren, waarin hij inmiddels ruim in de vijftig was, deden niets af aan zijn productiviteit of zijn werkverslaving, totdat een zware hartaanval, eind jaren zestig, hem dwong te stoppen. Hij overleed in 1976 in Neuville-Francorchamps.
Hoewel hij bekend staat om zijn portretsculpturen van persoonlijkheden uit de artistieke, literaire en politieke kringen van die tijd, illustreert zijn meer persoonlijke werk waarschijnlijk het beste de benadering van een beeldhouwer die, net als Ossip Zadkine, de voorkeur gaf aan de directe confrontatie met het materiaal.
Zijn kunst is te vinden in musea zoals het Museum Van Buuren, het Joods Museum van België, het Museum van Elsene en de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België. Daarnaast verrijkt hij het Brusselse straatbeeld met portretbeelden, bas-reliëfs op gevels van markante gebouwen en herdenkings- of grafmonumenten.
Dit thema nodigt u uit om kennis te maken, of opnieuw kennis te maken, met het werk van deze getalenteerde, oprechte en genereuze kunstenaar.









![Arthur Douhaerdt, Het Zinneke in Sint-Jans-Molenbeek gezien vanuit de Vandermaelenstraat, litho, s.d. [1935?].<br>](https://collections.heritage.brussels/medias/66/objects/77/1035_Douhaerdt_RVB-Momuse-juillet-0017.jpg)


![Reclamechromo Chocolat Carpentier, Sint Nicolaas patroonheilige van schippers, schrijvers en kinderen, z.uitg., s.d. [rond 1900].<br>](https://collections.heritage.brussels/medias/66/objects/77/PAKA_DELC_668_RECTO.jpg)




















