Godfried van Bouillon
Eugène Simonis
Guillaume De Groot
Simonet Atelier
Laurent-Joseph Hart
Datum
soort van object
Materialen
- metaal > brons (medaillons en reliëf)
- minerale materialen > steen > blauwe hardsteen (sokkel)
- metaal > brons (sculptuur in florentijns brons)
Techniek
Stijl
Vervaardigingplaats
Opschriften
"Simonet Fondeur" (signatuur op sokkel)
"EUG. SIMONIS BRUXELLES 1848" (signatuur van de beeldhouwer op de zadelriem)
"Godevaart van Bullioen / Eerste koning van Jeruzalem/ Geboren in Baisy in Brabant / Gestorven in Palestina 17 juli 1100 / verordend 2 november 1843 / ingehuldigd 24 oogst 1848 onder de regeering van Leopold I" (inscriptie in brons op de achterkant van de sokkel)
Afmetingen
hoogte 493 cm (hoogte standbeeld)
gewicht 12000 kg (Volgens de details over het beeld en de conventie met Simonis)
Identifier Urban
Beschrijving
Dit standbeeld werd gemaakt door de Brusselse
beeldhouwer, Eugène Simonis. Hij is onder andere verantwoordelijk voor delen
van de Congreskolom en het borstbeeld van de liberale
politicus Walthère Frère-Orban (1812-1896) dat in het Stadhuis te Brussel staat. Simonis was ook verbonden aan de
Academie van Brussel, eerst als professor en later als directeur.
Dit ruiterstandbeeld, overigens het eerste ruiterstandbeeld in de openbare ruimte van een Belgische stad, geplaatst op het Koningsplein, toont de kruisvaarder
Godfried van Bouillon (ca.1060-1100) gezeten op een paard. Godfried, in middeleeuwse
wapenuitrusting, heeft in zijn linkerhand de teugels vast en steekt met zijn rechterhand
een speer met vlag de lucht in. Godfried onderscheidde zich in de gevechten in
de Levant, na de oproep van paus Urbanus II (ca.1035 of 1042 – 1099) tot de 'bevrijding' van Jeruzalem in 1096. Nadat de christelijke legers een bloedbad hadden aangericht werd hij bij de inname van de stad in 1099 gekroond tot ‘koning’ van Jeruzalem, één van de vier kruisvaarderstaten (samen
met Edessa, Antiochië en Tripoli). Hij stierf na een jaar in zijn heerschappij
en werd opgevolgd door zijn broer Boudewijn (1058-1118), die een officiële monarchie instelde.
Reeds in 1842 was sprake van een project voor
het beeld, al bleef toen onduidelijk waar het geplaatst zou worden. Pas in 1843
werden er voldoende fondsen vrijgemaakt (90.500 frank oftewel 368.490,08 euro) en
kreeg Simonis officieel de opdracht. Hij had op dat moment al een model klaar. Er werden
enkele specificaties vastgelegd over het beeld: een hoogte van 5 meter (zonder
wimpel), een gewicht van 12 ton en in twee delen uit Florentijns brons gegoten.
Simonis maakte zijn model tot ware grootte
met een zelfontwikkelde en later gepatenteerde techniek, samen met beeldhouwer Constant
Devreese (1823-1900). Diens zoon, Godfried Devreese (1861-1941), genoemd naar
dit beeld, werd eveneens beeldhouwer. Pas in 1846 was er zekerheid over de
plaatsing van het beeld: het Koningsplein in Brussel. Omdat geen enkele
Belgische gieterij groot genoeg was, werd aanvankelijk gekozen voor de Franse
gieterij Soyer. Zij gingen echter failliet in 1847 waardoor het contract
overging naar Atelier Simonet uit Parijs. Door deze vertraging werd de
opleveringsdatum (september 1847) niet gehaald. Het werk stond nog in het
atelier bij Simonet toen arbeiders en werklozen in 1848 in Parijs op straat
kwamen tijdens de Junioproer (22-26 juni 1848). Revolutionairen eisten dat het
beeld werd omgesmolten tot kanonnen. Het beeld werd gered door een gewiekste
werknemer van het atelier die de revolutionairen wist te overtuigen dat de
gekroonde figuur een ‘republikeinse generaal was, die het graf van Christus uit
de handen van tirannen had bevrijd.’
Op 15 augustus 1848 werd het monumentale werk,
na overdracht uit Parijs, ingehuldigd. Er werd een medaille ontworpen door
Simonis en geciseleerd door de Belgische medailleur Laurent-Joseph Hart; Enkele
van zijn werken zijn bewaard in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten
Antwerpen. De medaille voor dit beeld werd
echter pas in april 1849 afgewerkt en geplaatst. Het beeld en haar sokkel
vervolledigden zich stukje bij beetje: de inscripties in het Nederlands en
Frans werden, wegens onenigheid over het toevoegen van een Italiaans citaat uit
Torquato Tasso’s (1544-1595) Gerusalemme Liberata, pas in 1880 toegevoegd,
zonder de Italiaanse inscriptie. De twee bas-reliëfs tonen, op vraag van
Kanunnik Pierre François Xavier de Ram (1804-1865), De Inname van Jerusalem en
de Publicatie van de zittingen, waarmee Godfried respectievelijk als
krijgsman en wetgever wordt voorgesteld. De Brusselse beeldhouwer Guillaume De
Groot, onder meer bekend van het Monument aan Charles Rogier op de
Vrijheidsplaats in Brussel, kreeg in 1874 de opdracht tot
uitvoering maar leverde de bronzen reliëfs pas in 1895 af.
Kritiek en betekenissen
Na zijn inhuldiging riep het beeld verdeelde
reacties op. Zo werd Simonis tot tweemaal toe beschuldigd van plagiaat. Enkele critici beschuldigden hem namelijk het ruiterstandbeeld
van de Engelse koning Richard Leeuwenhart (1157-1199) door Carlo Marochetti
(1805-1867), geplagieerd te hebben. Dit beeld werd echter pas geruime tijd na
het ontwerp van Godfried van Bouillon afgewerkt. In 1864 dook er op een
Mechelse tentoonstelling een ivoren ruiterbeeldje op dat volgens de catalogus
uit de 18de eeuw zou stammen; Simonis werd wederom van plagiaat verdacht.
Achteraf bleek het beeldje een vervalsing te zijn die zich juist op het beeld
op het Koningsplein had gebaseerd. Ook het gebrek aan historische
nauwkeurigheid – de kroon en de anachronistische heraldiek- en de ‘logheid’ van
het figuur werden bekritiseerd.
Toch vervulde het standbeeld een belangrijke
symbolische functie. Bij de inhuldiging merkte Minister Charles Rogier
(1800-1885) op dat het beeld ‘de herinnering moest bestendigen aan de
belangrijke figuren, die ten grondslag liggen aan het nationaal gevoel’. Het
beeld stond als het ware borg voor de onafhankelijkheid van de jonge natie.
Bovendien gold Godfried van Bouillon als een unificerend figuur die zowel door
katholieken als liberalen ingeschreven wordt in hun ideologie. Het beeld
zorgde daarenboven voor een sterker nationaal verzet tegen Frankrijk, dat
Godfried eveneens claimde als nationaal figuur. Zijn beeltenis verenigde op die
wijze zelfs de Franstalige en Vlaamse gemeenschappen. Tot slot wilde de 19de
-eeuwse inrichtende overheid het leger inspireren en hun fierheid herstellen.
De moraal stond namelijk laag na de campagnes van 1831 en 1832 waaruit hun
onmacht om het volledige grondgebied te verdedigen was gebleken. Het monument
diende dan ook als rolmodel en om het imago van de vorst als hoofd van het
leger op te smukken. De prille onafhankelijkheid was op dat moment tenslotte
afhankelijk van de militaire kracht.
Bronnen
1848, 05 07, Het Handelsblad.
DEROM, P. (dir.), De beelden van Brussel, Galerie Patrick Derom, Pandora, 2000, p.36-41.
DEROM, P., De beelden van Brussel. Inventaris, Patrick Derom Gallery, Brussel, 2002, p.77.
PIRON, P. Dictionnaire des artistes plasticiens de Belgique des XIXe et XXe Siècles, Guillaume De Groot, Editions art in Belgium, 2003, Boek 1 p.350.
PIRON, P. Dictionnaire des artistes plasticiens de Belgique des XIXe et XXe Siècles, Eugène Simonis, Editions art in Belgium, 2003, Boek 2 p.437.
CASIER, M., BE-monumen.be: Monument à Godefroid de Bouillon-Bruxelles, 2017, https://be-monumen.be/patrimoine-belge/monument-a-godefroid-de-bouillon-bruxelles/.
SCHREVER, Rudi, “Godfried van Bouillon (1060-1100) – Leider van de Eerste Kruistocht en zijn ruiterstandbeeld in Brussel”, Historiek, 2019 (https://historiek.net/godfried-van-bouillon-leider-eerste-kruistocht/70021/#:~:text=Sinds%201848%20prijkt%20het%20ruiterstandbeeld,Simonis%20(1810%2D1882).). Geraadpleegd 22 mei 2026.
JOHN, S., Medievalism in nineteenth-century Belgium: the 1848 monument to Godfrey of Bouillon, The Boydell Press, Woodbridge, 2023.
Discussie


































![Briefhoofd Van Elder frères, denrés coloniales, Van den Bogaerdestraat [Vandenboogaerdestraat] 116 (Sint-Jans-Molenbeek), 1905.<br>](https://collections.heritage.brussels/medias/66/objects/77/SL_2011.0095.jpg)












