Datum

1865

soort van object

Techniek

Stijl

neoklassiek

Opschriften

"C. Picqué pinxit 1865" (onder rechts)

Afmetingen

hoogte 110 cm — wijdte 138 cm

Inventaris nummer

179

Identifier Urban

38735
lees meer

Beschrijving

Schilder en lithograaf Charles Louis Picqué bleef tot het einde van zijn leven vasthouden aan de neoclassicistische stijl. Hij was een leerling van Joseph Paelinck (Oostakker 1781 - Elsene 1839) aan de Academie voor Schone Kunsten in Gent en bezocht ook de Brusselse Academie voor Schone Kunsten, waar hij in 1823 een schilderprijs won. Daarna verbleef hij enige tijd in Italië, voordat hij terugkeerde naar zijn geboortestad. Hij schilderde historische en religieuze onderwerpen en was een veelgevraagd portrettist. Paul Huys (1993 & 2006) heeft een lijst gemaakt van 266 bewaard gebleven schilderijen, waarvan de meeste portretten zijn. Zijn beroemdste schilderij, dat vooral gekend is omwille van zijn historische betekenis, is het patriottische De leden van het Voorlopige Bewind van 1830 (1830, Brussel, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, inv. 1726 & 1831, Brussel, Museum van de Stad, inv. K.1834.1). Hij signeerde zijn portretten vaak met Carlo Picqué.

Genoveva, dochter van de hertog van Brabant, was de vrouw van paltsgraaf Siegfried. Hij moest haar achterlaten om zich bij het leger van Karel Martel aan te sluiten, niet wetende dat Genoveva zijn kind droeg. Ze werd toevertrouwd aan haar voogd Golo, maar toen die er niet in slaagde haar te verleiden, klaagde hij haar aan met de beschuldiging dat ze net het kind uit een overspelige relatie had gebaard. Nadat hij op de hoogte was gebracht, beval Siegfried Golo om de moeder en het kind te laten verdrinken. Ze werden naar een bos gebracht, maar de knechten die hen moesten doden, werden overmand door ontroering en besloten hen te laten leven. Jarenlang overleefden Genoveva en haar kind in de wildernis op de melk van een hinde. Op een dag, tijdens een jachtpartij, ontdekt Siegfried hen. In het licht van deze miraculeuze ontmoeting beseft hij de waarheid en laat hij Golo executeren. Deze legende, een middeleeuwse mix van aangetaste onschuld en christelijk geloof, was erg populair in de 19de eeuw. Picqué heeft de essentiële iconografische elementen van de legende overgenomen: de ingang van een grot midden in het bos, een hinde, Genoveva en het kind. Hij geeft echter wel blijk van originaliteit omdat het kind direct aan de speen van de hinde zoogt. Het beeld verwijst naar eerdere mythen, naar Jupiter en de geit Amalthea, naar Romulus en Remus en de wolvin van de Tiber, maar krijgt hier een christelijke dimensie in de vorm van het dankgebed van Genoveva aan de Maagd. In dit late schilderij heeft de schilder gekozen voor een zachte beeldentaal, die het werk zijn charme geeft.

Auteur : Vereniging voor het Kunstpatrimonium, A. Jacobs, 2022

Bronnen

Over het werk:

Gemeentearchief Schaarbeek (Artistiek Erfgoed, XIII.A.02.S01.D54).

Schilders van de Leie (tentoonstellingscatalogus), Schaarbeek, gemeentehuis, 1990, nr.28.

HUYS P., Charles Picqué (1799-1869), Deinze, Kunst-en Oudheidkundige Kring van Deinze en van het Land van Leie en Schelde, 1993, p. 261, nr.178.

HUYS P., « Picqué, Charles-Louis », Nationaal biografisch woordenboek, 18, Brussel, Paleis der Academiën, 2007, p. 722.

Over de kunstenaar:

HULIN, G., « Picqué (Charles) », Biographie Nationale, XVII, 1903, coll. 389-390.

HUYS P., Charles Picqué (1799-1869), Deinze, Kunst-en Oudheidkundige Kring van Deinze en van het Land van Leie en Schelde, 1993.

DE GEEST, J. Retrospectieve tentoonstelling Charles Picqué (1799-1869) (catalogue d’exposition), Deinze, Museum van Deinze en de Leiestreek, 1994.

HUYS, P., « Charles Picqué (1799-1869) in Italië en Engeland, met een aanvulling van de oeuvre-catalogus », Bijdragen tot de Geschiedenis der Stad Deinze en van het Land van Leie en Schelde, nr.36, 1996.

HUYS P., « Charles Picqué (1799-1869) : Tweede aanvulling van de oeuvre-catalogus », in Kring voor Geschiedenis en Kunst van Deinze en de Leiestreek, Deinze, 2006.

HUYS P., « Picqué, Charles-Louis », Nationaal biografisch woordenboek, 18, Brussel, Paleis der Academiën, 2007, p. 712-724.

Colofon

Discussie