Datum

1889

Materialen

Stijl

Realisme

Opschriften

"J.B. Vanheffen " (signatuur)
"Cie des Bronzes Bruxelles" (Compagnie des bronzes de Bruxelles: gieterij)

Afmetingen

hoogte 110 cm — wijdte 165 cm — diepte 44 cm (totale afmetingen)

Inventaris nummer

CIN_SCU_10

Identifier Urban

72919
lees meer

Beschrijving

Buldog van Ulm

Dit werk werd gemaakt door de Brusselse beeldhouwer Jean-Baptiste Vanheffen.[1] Volgens Paul Piron was hij vooral actief in de regio Brussel en zijn slechts weinig werken van hem bewaard gebleven. Vanheffen had, volgens dezelfde bron, een voorliefde voor het vervaardigen van dierenbeelden. Hij maakte echter ook andere beelden zoals bustes van de botanicus Rembert Dodoens (1518-1585) en de militaire arts Salomon Louis Laurillard (1783-1873). Deze beelden zijn beiden geplaatst in het Academiënpaleis.

Uit een bericht in de krant Journal de la Belgique van 2 april 1862 blijkt dat de jonge Jean-Baptiste Vanheffen werd ontdekt door “un de nos artistes” (vrije vertaling: “iemand van onze artiesten”) – zonder te vermelden wie deze artiest was- toen hij werkte als mecanicien. Er werd enkel meegegeven dat de jonge beeldhouwer een subsidie heeft gekregen van de gemeente Sint-Joost-ten-Node en dat hij op dat moment al een Faune tentoonstelt in het Hertogelijk Paleis. De ontdekker van dit talent zou dus uit deze gemeente afkomstig kunnen zijn; heeft hij ook concreter bijgedragen aan de opleiding van de jonge Jean‑Baptiste?

Jacques Van Lennep draagt de naam van beeldhouwer Eugène Simonis (1810–1882) voor, onder meer bekend van het standbeeld van Godfried van Bouillon te zien op het Koningsplein, was sinds 1859 officieus en vanaf 1862 officieel eerste professor beeldhouwkunst aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Brussel. Het is dan ook mogelijk dat Vanheffen na zijn ontdekking door Simonis bijkomende opleiding van hem heeft gekregen, temeer omdat Simonis – net als Vanheffen – vaak de natuur als onderwerp voor zijn werken koos. Opvallend is echter dat Vanheffen niet vermeld wordt in de lijst van studenten van Simonis aan de Academie.

Zonder het spoor van Simonis en de mogelijkheid van lessen in een privéatelier uit te sluiten, kan ook een andere hypothese worden overwogen, namelijk die van Eugène Verboeckhoven (1798–1881). Hij was vooral bekend als schilder (zo is hij onder meer de maker van het schilderij Les ânes schaerbeekois), maar zijn oorspronkelijk opleiding was die van beeldhouwer, aangeleerd door zijn vader, Barthélémy Verboeckhoven (1759-1840), zelf eveneens beeldhouwer; dit wordt benadrukt in het overlijdensbericht dat op 23 januari 1881 in Le Bien Public werd gepubliceerd. Verder vernemen we uit een artikel in de liberale krant L’Écho du Parlement van 19 mei 1868 dat Verboeckhoven toezicht hield op Vanheffen bij het vervaardigen van dierfiguren die een zilverwerk versierden, aangeboden ter ere van Alphonse Vandenpeereboom (1812-1884), voormalig minister van Binnenlandse Zaken. Bestond er tussen de twee een relatie in de vorm van een leermeester‑leerlingverhouding? Te meer daar beiden een voorkeur vertonen voor dierlijke onderwerpen of thema’s die verband houden met de natuur. De vraag blijft open.

Beeldhouwwerken van Vanheffen waren te zien op het Salon van Gent in 1868 waar hij naast Samson met nog twee andere sculpturen aanwezig was. De beeldhouwer nam in 1869 deel aan de voorbereidende wedstrijd voor de Prijs van Rome en zijn Samson werd eveneens tentoongesteld op het Salon van Antwerpen. In 1871 maakt L’Echo du Parlement een vermelding van zijn deelname aan de Wereldtentoonstelling in Londen. In 1873 nam hij deel aan de wereldtentoonstelling in Wenen. We weten eveneens dat hij minstens eenmaal deel aan het salon van de Société des Artistes Français, namelijk voor de tentoonstelling Schone Kunsten van 1885. Hij solliciteerde in 1893 nog voor het maken van het een beeld voor het ambitieuze beeldenproject voor de Kruidtuin. Hij kon wegens ziekte en gebrek aan financiële middelen echter geen beeld afwerken en werd vervangen. Vermoedelijk overleed hij niet lang hierna.

Volgens Paul Piron zouden er weinig werken van Vanheffen bewaard zijn gebleven. Men vindt er echter meerdere terug in de openbare ruimte van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: het standbeeld Samson stuurt vossen in de velden van de Filistijnen, dat eveneens te zien is in het Jubelpark, De hond en de schildpad of De verrassing in de tuin van het Academiënpaleis.

Het beeld toont een grote, rijzige hond die aandachtig op de uitkijk staat. De voorgestelde hond is een Ulmer dog, een hondenras dat voorkomt rond de Duitse stad Ulm en later onder de verzamelnamen Duitse dog of Deense dog werd opgenomen. In opdracht van de Belgische Staat werd het bronzen beeld in 1889 gegoten door de Brusselse Compagnie des Bronzes, naar een gipsen model van Vanheffen uit 1869. Aanvankelijk werd het beeld bewaard in het Koninklijke Museum voor Schilder- en Beeldhouwkunst, sinds 1927 beter bekend als de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België waar het gipsen model zich nog steeds bevindt.

In 1896 kreeg het beeld een granieten sokkel en werd het geplaatst in de zuidwestelijke hoek van het Jubelpark, aan de uitgang langs de Oudergemlaan en de Nerviërslaan, waar het zich vandaag nog steeds bevindt. Slechts één keer werd het beeld verplaatst, namelijk voor een tentoonstelling ter gelegenheid van de 75ste verjaardag van de Belgische onafhankelijkheid in 1905. Het beeld werd toen tijdelijk opgesteld aan de ingang van het Woluwepark, langs de Tervurenlaan.

Het werk stond ook bekend onder de namen De hond en De groene hond. Bij zijn tijdelijke verplaatsing naar het Woluwepark vertoonde het beeld al duidelijke oxidatiesporen waardoor het een groene kleur kreeg – vandaar de bijnaam. Het beeld was zo populair dat verschillende plaatsen, waaronder een inmiddels verdwenen herberg en een nog bestaande tramhalte, deze naam overnamen. Bovendien werd het glas-in-loodraam genaamd De groene hond, afkomstig van de verdwenen herberg, in 2016 gerestaureerd en is het nu te zien in het gemeentehuis van Sint-Pieters-Woluwe.

Op 18 november 1976 werd het Jubelpark in zijn geheel (waaronder ook het beeld) beschermd als landschap. In 2018–2019 werd het beeld samen met andere standbeelden en het klein erfgoed in het Jubelpark gerestaureerd door Beliris.



[1] Geschreven in één woord volgens de handtekening van de artiest zelf, terwijl deze later doorgaans in twee woorden werd weergegeven (in sommige gevallen zelfs zonder de ‘h’).

Bronnen

Journal de la Belgique, 02 april 1862.

L’écho du Parlement, 19 mei 1868.

L’écho du Parlement, 07 augustus 1871

Le bien public, 23 januari 1881.

VAN LENNEP, J. (dir.), De 19de eeuwse Belgische beeldhouwkunst, Générale de Banque, Brussel, 1990, p.557-559.

DEROM, P.(dir.), De beelden van Brussel, Galerie Patrick Derom, Pandora, 2000, p.109.

DEROM, P., De beelden van Brussel. Inventaris, Patrick Derom Gallery, Brussel, 2002, p.79.

PIRON, P. Dictionnaire des artistes plasticiens de Belgique des XIXe et XXe Siècles, Editions art in Belgium, 2003, Boek 2, p.641.

ENGELEN, C., en MARX, M., La sculpture en Belgique à partir de 1830. Tome VI : Rohr – Van Der Ven, Louvain : Engelen-Marx, 2006, p.3774.

De buldog van Ulm, Inventaris van het Bouwkundig erfgoed, 2009-2010, https://monument.heritage.brussels/nl/buildings/18714.

VANDEN BEMDEN, G., BE-monumen.be: VAN HEFFEN Jean-Baptiste, 2017, https://be-monumen.be/patrimoine-belge/van-heffen-jean-baptiste/.

CASIER, M., BE-monumen.be : Le Dogue d’Ulm- Parc du Cinquantenaire- Bruxelles, 2019, https://be-monumen.be/patrimoine-belge/le-dogue-d-ulm-parc-du-cinquantenaire-bruxelles/.

BELIRIS, Jubelpark : de standbeelden zijn klaar!, 2019, https://www.beliris.be/nl/nieuws/jubbelpark-beelden.html.

HÖRTER,R., De Groene Hond, De Ulmer Dog of Le Chien Vert, s.d., nl Groene_Hond.pdf.

Groene Hond- Jubelparkhalte, Woluwe1150.be, s.d., Groene Hond - Jubelparkhalte - Woluwe Saint Pierre.

Archief van Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Fonds Musée, BE A4004 FM-II-3114.

Colofon

Discussie