Samson stuurt vossen in de velden van de Filistijnen
Jean-Baptiste Vanheffen
Gédéon Bordiau
Datum
soort van object
Materialen
- minerale materialen > steen > marmer (sculptuur, Carrara marmer)
- minerale materialen > steen > blauwe hardsteen (sokkel)
Techniek
Stijl
Afmetingen
Inventaris nummer
Identifier Urban
Beschrijving
Dit werk werd gemaakt door de Brusselse
beeldhouwer Jean-Baptiste Vanheffen.[1]
Volgens Paul Piron was hij vooral actief in de regio Brussel en zijn slechts
weinig werken van hem bewaard gebleven. Vanheffen had, volgens dezelfde bron,
een voorliefde voor het vervaardigen van dierenbeelden. Hij maakte echter ook
andere beelden zoals bustes van de botanicus Rembert
Dodoens (1518-1585) en de militaire arts Salomon
Louis Laurillard (1783-1873). Deze beelden zijn beiden geplaatst in het
Academiënpaleis.
Uit een bericht in de krant Journal de la Belgique van 2 april 1862 blijkt dat de jonge Jean-Baptiste Vanheffen werd ontdekt door “un de nos artistes” (vrije vertaling: “iemand van onze artiesten”) – zonder te vermelden wie deze artiest was- toen hij werkte als mecanicien. Er werd enkel meegegeven dat de jonge beeldhouwer een subsidie heeft gekregen van de gemeente Sint-Joost-ten-Node en dat hij op dat moment al een Faune tentoonstelt in het Hertogelijk Paleis. De ontdekker van dit talent zou dus uit deze gemeente afkomstig kunnen zijn; heeft hij ook concreter bijgedragen aan de opleiding van de jonge Jean‑Baptiste?
Jacques Van Lennep draagt de naam van beeldhouwer Eugène Simonis (1810–1882) voor, onder meer bekend van het standbeeld van Godfried van Bouillon te zien op het Koningsplein, was sinds 1859 officieus en vanaf 1862 officieel eerste professor beeldhouwkunst aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Brussel. Het is dan ook mogelijk dat Vanheffen na zijn ontdekking door Simonis bijkomende opleiding van hem heeft gekregen, temeer omdat Simonis – net als Vanheffen – vaak de natuur als onderwerp voor zijn werken koos. Opvallend is echter dat Vanheffen niet vermeld wordt in de lijst van studenten van Simonis aan de Academie.
Zonder het spoor van Simonis en de mogelijkheid van lessen in een privéatelier uit te sluiten, kan ook een andere hypothese worden overwogen, namelijk die van Eugène Verboeckhoven (1798–1881). Hij was vooral bekend als schilder (zo is hij onder meer de maker van het schilderij Les ânes schaerbeekois), maar zijn oorspronkelijk opleiding was die van beeldhouwer, aangeleerd door zijn vader, Barthélémy Verboeckhoven, zelf eveneens beeldhouwer; dit wordt benadrukt in het overlijdensbericht dat op 23 januari 1881 in Le Bien Public werd gepubliceerd. Verder vernemen we uit een artikel in L’Écho du Parlement van 19 mei 1868 dat Verboeckhoven toezicht hield op Vanheffen bij het vervaardigen van dierfiguren die een zilverwerk versierden, aangeboden ter ere van Alphonse Vandenpeereboom ‘1812-1884), voormalig minister van Binnenlandse Zaken. Bestond er tussen de twee een relatie in de vorm van een leermeester‑leerlingverhouding? Te meer daar beiden een voorkeur vertonen voor dierlijke onderwerpen of thema’s die verband houden met de natuur. De vraag blijft open.
Beeldhouwwerken van Vanheffen waren te zien op het Salon van Gent in 1868 waar hij naast Samson met nog twee andere sculpturen aanwezig was. De beeldhouwer nam in 1869 deel aan de voorbereidende wedstrijd voor de Prijs van Rome en zijn Samson werd eveneens tentoongesteld op het Salon van Antwerpen. In 1871 maakt L’Echo du Parlement een vermelding van zijn deelname aan de Wereldtentoonstelling in Londen. In 1873 nam hij deel aan de wereldtentoonstelling in Wenen. Tot slot nam hij minstens eenmaal deel aan het salon van de Société des Artistes Français, namelijk voor de tentoonstelling Schone Kunsten van 1885. Hij solliciteerde in 1893 nog voor het maken van het een beeld voor het ambitieuze beeldenproject voor de Kruidtuin. Hij kon wegens ziekte en gebrek aan financiële middelen echter geen beeld afwerken en werd vervangen. Vermoedelijk overleed hij niet lang hierna.
Er zijn nog andere beelden van de hand van Vanheffen zichtbaar in de openbare ruimte van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: Het standbeeld De buldog van Ulm, te zien in het Jubelpark. Een ander werk van zijn hand bevindt zich in de tuin van het Academiënpaleis in Brussel, getiteld De hond en de schildpad of De verrassing. hiernaast maakte hij ook bustes van botanicus Rembert Dodoens (1518-1585) en van de militaire arts Salomon Louis Laurillard (1783-1873). Beide beelden bevinden zich in het Academiënpaleis.
Dit beeld toont de naakte Bijbelse figuur
Samson (Grieks voor het Hebreeuwse Simson). Hij heft zijn rechterarm in de
lucht; oorspronkelijk hield hij hierin een brandende toorts, maar de hand en de
toorts zijn afgebroken en verdwenen. Aan zijn voeten zijn twee vossen te zien die
met hun staarten aan elkaar gebonden zijn. Aan hun staarten heeft Samson een
koord van geknoopte lappen bevestigd die hij op het punt staat met zijn fakkel
in brand te steken.
Het standbeeld beeldt een scène af uit het Oude Testament, meer bepaald uit de Samsoncyclus in het boek Rechters (Re 15, 4–5). Samson, die een uitzonderlijke fysieke kracht bezit, vangt daarin 300 vossen, bindt telkens twee staarten samen met een brandende toorts ertussen en stuurt de dieren de graanvelden van de Filistijnen in om de oogst te vernietigen. Deze daad vormt een wraakactie nadat zijn Filistijnse schoonvader Samson’s vrouw had weggegeven aan een van zijn gezellen.
Dit beeld werd in 1878 besteld door de Belgische Staat voor het Koninklijke Museum voor Schilder- en Beeldhouwkunst, zo staat te lezen in La chronique des arts op 12 januari van datzelfde jaar.[2] Samson is een marmeren kopie van een beeld dat Vanheffen in 1866 in gips had vervaardigd. Het marmeren beeld werd afgewerkt in juni 1880 en in depot geplaatst in het Museum. In juli 1880 werd Samson vervolgens geselecteerd voor de Exposition historique de l’art belge. Deze expositie bood de mogelijkheid om het toch ten toon te stellen aangezien het Museum voor Schilder- en Beeldhouwkunst geen plaats had om het beeld zichtbaar op te stellen op dat moment. Tijdens een verplaatsing in 1881 in het Paleis voor Schone Kunsten schoof het beeld echter van een helling en brak het in meerdere stukken. Door de complexiteit van de schade — het beeld miste stabiele steunpunten en vereiste het gebruik van een hijstoestel om het op te hangen — besloot Vanheffen, na weigering of stilzwijgen van enkele technici, dat hij de restauratie niet zelf kon uitvoeren. De restauratie, toevertrouwd aan beeldhouw-restaurateur Joseph Vanden Berg voor een bedrag van 335 frank, werd in 1884 voltooid en door de leidende commissie van de staatsmusea voor schilder- en beeldhouwkunst als zeer bevredigend beschouwd.
Om nieuwe ongelukken te vermijden, werd
aansluitend op de restauratie beslist om een nieuwe locatie voor het beeld te
zoeken, namelijk in de open galerij van het Natuurhistorisch Museum.
In 1896 volgde echter kritiek op de zichtbare restauratiesporen, waardoor het beeld door de Commissie van de Koninklijke Musea voor Schilder- en Beeldhouwkunst “esthetisch discutabel” werd bevonden, zeker op zijn toenmalige prominente locatie. In 1897, het jaar van de Wereldtentoonstelling, werd het beeld verplaatst naar het Jubelpark, waar het nog steeds staat, in het zuidwestelijke deel van het park. Het werd opgesteld tegenover De Borghese gladiator, een overgietsel van een antiek gladiatorbeeld, waarvan vandaag enkel de sokkel bewaard is. De sokkel van Samson werd ontworpen door architect Gédéon Bordiau. Hij was verantwoordelijk voor de inrichting van het Jubelpark tussen 1879 en 1904. Bordiau baseerde het ontwerp van de sokkel op dat van de sokkel van de Borghese gladiator.
Op 18 november 1976 werd het Jubelpark,
inclusief het beeld, beschermd als landschap. In 2018–2019 werd Samson samen
met andere standbeelden en klein erfgoed in het Jubelpark gerestaureerd door
Beliris. Het standbeeld verkeert op dit moment, nog geen tien jaar na de
restauratie, echter terug in slechte staat.
[1] Geschreven in één woord
volgens de handtekening van de artiest zelf, terwijl deze later doorgaans in
twee woorden werd weergegeven (in sommige gevallen zelfs zonder de ‘h’).
[2] Vanaf 1927 is dit museum bekend
als de Koninklijke Musea van Schone Kunsten van België.
Bronnen
Journal de la
Belgique, 2 avril 1862
L’écho du Parlement, 19 mai 1868.
L’écho du Parlement, 7 août 1871
La chronique des arts, 12 janvier 1878
Le bien public, 23 janvier 1881.
VAN LENNEP, J. (dir.), La sculpture belge au 19ème siècle, Générale de Banque, Bruxelles, 1990, p.557-559.
DEROM, P.(dir.), Les sculptures de Bruxelles, Galerie Patrick Derom, Pandora, 2000, p.109.
DEROM, P., Les sculptures de Bruxelles. Catalogue raisonné, Patrick Derom Gallery, Bruxelles, 2002, p.79.
PIRON, P. Dictionnaire des artistes plasticiens de Belgique des XIXe et XXe Siècles, Editions art in Belgium, 2003, Tome 2, p.641.
ENGELEN, C., en MARX, M., La sculpture en Belgique à partir de 1830. Tome VI : Rohr – Van Der Ven, Louvain : Engelen-Marx, 2006, p.3774.
Samson envoyant des renards dans les champs des Philistins, Inventaire du patrimoine architectural, 2009-2010, https://monument.heritage.brussels/fr/buildings/18713.
VANDEN BEMDEN, G., BE-monumen.be: VAN HEFFEN Jean-Baptiste, 2017, https://be-monumen.be/patrimoine-belge/van-heffen-jean-baptiste/.
BELIRIS, Parc du Cinquantenaire: Les statues sont prêtes !, 2019, https://www.beliris.be/actualites/cinquantenaire-statues.html.
DE BOECK, E., Simson & Delila (Rechters
16,4-22), s.d., https://www.kuleuven.be/thomas/page/bijbelfiche-simson-en-delila/.
Archives des Musées royaux des
Beaux-Arts de Belgique, Fonds Musée, BE A4004 FM-II-1993.
Discussie

![Foto Sociale woningen, Jean Dubrucqlaan 192-196 (Sint-Jans-Molenbeek), fotogr. S. Rouche, s.d. [jaren 1980?].<br>](https://collections.heritage.brussels/medias/66/objects/77/F_2025.107_Recto.jpg)




























![Esprit ouvert - Perspectives et réflexions [Open geest – Perspectieven en reflecties] (BHG)<br>Tapta (Maria Wierusz_Kowalski),](https://collections.heritage.brussels/medias/66/objects/105/OM2020_105_001.jpg)












